Verschillende factoren zijn van invloed op het ontstaan van een somatisatiestoornis en hypochondrie.
Bij de somatisatiestoornis gaat het waarschijnlijk om een samenspel van erfelijke en omgevingsfactoren. Bij hypochondrie lijken vooral omgevingsfactoren een rol te spelen.
Psychologische en gedragsmatige factoren spelen bij beide stoornissen een rol:
- Het uiten van lichamelijke klachten kan een manier zijn om hulp en aandacht van anderen te krijgen. Deze aandacht wordt wel 'ziektewinst' genoemd. [24;25] De intensiteit en ernst van de klachten geven vaak weer hoe groot het verlangen is om aandacht te krijgen of verzorgd te worden.
- Mensen met hypochondrie voelen zich relatief vaak depressief en angstig.
- Depressieve patiënten voelen zich aantoonbaar slechter. [26;27] Lichamelijke klachten zijn tastbaarder dan vage gevoelens. Het biedt houvast om gevoelens van ongenoegen te vertalen in een ziektebeeld. Depressieve mensen met hypochondrie komen sneller met lichamelijke symptomen bij de arts. [28-30]
- Angst versterkt lichamelijke verschijnselen (hartslag, transpiratie). Deze lichamelijke verschijnselen worden vervolgens rampzalig geïnterpreteerd ("Ik krijg een hartaanval"). Deze gedachte roept weer angst op en daarmee is de cirkel rond.
- Tot slot zijn er aanwijzingen dat alexithymie (moeilijkheden met het verwoorden van gevoelens en emoties) het ontwikkelen van een somatisatiestoornis in de hand werkt. [31] Niet duidelijk is hoe alexithymie precies de ontwikkeling van een somatisatiestoornis beïnvloedt. [31]
Het is nog onduidelijk wat de werking is van neurobiologische factoren bij het ontstaan van beide stoornissen. [34-42] Denkbaar is dat op termijn een medicamenteuze behandeling gevonden wordt om deze verstoringen tegen te gaan. [43]
Dat biologische factoren mogelijk van invloed zijn op het ontstaan van beide stoornissen zou kunnen verklaren waarom mensen met een somatisatiestoornis of hypochondrie zich lichamelijk én geestelijk niet zo goed voelen. [44]