Somatisatiestoornis
Hoe vaak?
Ongeveer 2% van de vrouwen en 0,2% van de mannen heeft deze stoornis. Meer vrouwen dan mannen hebben deze stoornis. Bij mannen wordt het mogelijk minder snel herkend.
Bij wie?
Verschillende factoren zijn van invloed op het ontwikkelen van deze stoornis. De meeste deskundigen zijn het er over eens dat het waarschijnlijk gaat om een samenspel van erfelijke en omgevingsfactoren. De somatisatiestoornis komt vaker voor in een familie. Erfelijke factoren lijken een rol te spelen bij het ontstaan van deze stoornis. [5] Bij 10% tot 20% van de mensen met een somatisatiestoornis hebben vrouwelijke (eerstegraads) familieleden deze stoornis. [6] De volgende omgevingsfactoren spelen een rol:
- Mensen die (seksueel) misbruik, geweld of verwaarlozing hebben meegemaakt in hun jeugd hebben een groter risico om deze stoornis te ontwikkelen. [7]
- Kinderen van ouders met deze stoornis hebben een grotere kans om deze stoornis te ontwikkelen: zij nemen het gedrag van hun ouders over. [8]
- Verandering van levensomstandigheden en stressvolle gebeurtenissen kunnen de symptomen verergeren. [9;10]
Hypochondrie
Hoe vaak?
Ongeveer 1% tot 5% van de mensen uit de algemene bevolking heeft deze stoornis. De stoornis komt even vaak voor bij mannen als vrouwen.
Bij wie?
Er is geen bewijs dat hypochondrie erfelijk bepaald is. Systematisch onderzoek naar de rol van erfelijke factoren ontbreekt. Omgevingsfactoren zijn mogelijk van invloed op het ontstaan van hypochondrie:
- Opvoeding en ervaringen lijken een rol te spelen. De manier waarop iemand met angstgevoelens en lichamelijke klachten omgaat is mogelijk aangeleerd. Maar ook kan het zijn dat ze van dichtbij hebben meegemaakt dat iemand een ernstige ziekte had of daaraan stierf.
- Stressvolle gebeurtenissen lijken de symptomen te verergeren.