Mijn Trimbos Wat is Mijn Trimbos?

   

Oorzaken en risicofactoren dissociatieve identiteitsstoornis

Er is niet 1 oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan van de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS). Wel zijn er verschillende risicofactoren: demografische risicofactoren, individuele kwetsbaarheid en omgevingsfactoren.

Demografische risicofactoren

  • Meer vrouwen dan mannen hebben deze stoornis [4;7;15]
  • Gemiddeld 30 jaar [6;7;15;16]
  • Hoger opgeleid [6;17]


Individuele kwetsbaarheid

  • Kinderen waarvan de moeder een dissociatieve identiteitsstoornis heeft, hebben een grotere kans deze stoornis ook te krijgen.[4;5]
  • Dit betekent niet dat de dissociatieve identiteitsstoornis perse erfelijk is. Het kan ook zijn dat deze kinderen de stoornis van hun ouders nabootsen.


Omgevingsfactoren

  • Veelvuldig wordt gewezen op de rol van 'verdrongen' herinneringen aan seksueel misbruik in de jeugd. [4;8;12;13;15] 90% van de DIS patiënten zou een voorgeschiedenis met lichamelijk geweld en/of seksueel misbruik hebben.[7;10] Maar er is veel onduidelijkheid over de relatie tussen het terugvinden van 'verdrongen' herinneringen aan seksueel misbruik in de jeugd en het ontstaan van de dissociatieve identiteitsstoornis. Critici zetten vraagtekens bij dit verband. [1;18] In hoeverre is het mogelijk dat iemand geen herinneringen heeft aan een ernstig trauma in zijn jeugd en zich na vele jaren het trauma alsnog herinnert? [2;18;19]
  • Ook kunnen mensen ten onrechte denken dat ze getraumatiseerd zijn in hun jeugd.[21] Het geheugen kan fouten maken. Trauma's zouden door de therapeut aangepraat kunnen worden. In een onderzoek werden suggestieve vragen gesteld. Mensen konden zich vervolgens traumatische gebeurtenissen herinneren, terwijl deze in werkelijkheid niet gebeurd waren.[20] Maar in onderzoek zijn nooit herinneringen gecreëerd met dezelfde emotionele impact en ernst als een seksueel trauma. Dit is ethisch niet verantwoord.
  • De mate waarin iemand openstaat voor suggesties van de therapeut, zich kan inleven en gevoelig is voor verbeelding zou de kans dus vergroten op het terugvinden van zogenaamde 'verdrongen' herinneringen.[19;21;22] Critici zeggen dan ook dat de therapiesetting, suggesties van de therapeut, medepatiënten of gelezen literatuur bijdragen aan het herinneren van niet gebeurde trauma's.[18]


Er zijn geen systematische studies bekend naar risicogroepen en risicofactoren van de dissociatieve identiteitsstoornis. Kennis is vooral gebaseerd op klinische observaties en onderzoek onder opgenomen psychiatrische patiënten.

laatst bijgewerkt: 09-11-2009