Na de ziekte van Alzheimer is vasculaire dementie de meest voorkomende vorm van dementie. Ongeveer 15% van de mensen met dementie lijdt aan deze vorm. De ziekte ontstaat meestal tussen de 65 en 75 jaar, maar kan ook op jongere leeftijd voorkomen.
Bij mensen met vasculaire dementie zijn de bloedvaten in de hersenen beschadigd. Deze beschadiging zorgt ervoor dat hersenweefsel afsterft.
Mensen met vasculaire dementie hebben dan ook vaak een voorgeschiedenis van hart- en vaatproblemen. Dit kunnen bijvoorbeeld een hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, diabetes, vaataandoeningen of een TIA (Transient Ischaemic Attack) zijn.
Ook is het mogelijk dat iemand één of meerdere CVA's (cerebrovasculair accident), ook wel infarcten of beroertes genoemd, heeft gehad. Bij ongeveer 25% van de mensen die een CVA heeft gehad komt vasculaire dementie voor.
Beloop vasculaire dementie
In tegenstelling tot de ziekte van Alzheimer ontstaat vasculaire dementie meestal plotseling en verergert stap voor stap, telkens als iemand opnieuw een CVA krijgt.
De verschijnselen waarmee de dementie begint zijn afhankelijk van het gebied in de hersenen dat beschadigd is.
Het geheugen van iemand met vasculaire dementie functioneert vaak wisselend. Het beloop van de dementie is per persoon verschillend. [1]