Over de oorzaken van boulimia nervosa is weinig bekend. Wel is een aantal risicofactoren bekend.
De risicofactoren kunnen worden onderverdeeld in:
Risicofactoren zijn geen oorzaken. Risicofactoren zijn niet voldoende om de stoornis te veroorzaken.
Geslacht en leeftijd
- Van alle mensen met boulimia nervosa is 90-95% vrouw.[8]
- Boulimia nervosa komt vooral voor bij jonge vrouwen: van elke 1000 vrouwen tussen 15 en 30 jaar lijden er jaarlijks 15 aan boulimia nervosa.
Individuele kwetsbaarheid
- De kwetsbaarheid voor boulimia nervosa is voor een deel erfelijk bepaald.[1;2;9] Welke genen hierbij betrokken zijn, is nog onduidelijk.[10;11]
- Kinderen van ouders met boulimia nervosa hebben vier maal zoveel kans om zelf boulimia nervosa te krijgen als andere kinderen.[12] Zowel erfelijkheid als omgevingsfactoren spelen daarbij een rol.[13]
- Er zijn persoonlijkheidskenmerken die de kans op het krijgen van boulimia nervosa mogelijk vergroten. Veel genoemd wordt een negatief zelfbeeld.[14] Het bewijs voor een oorzakelijk verband is nog niet erg sterk.[2]
- Het volgen van een dieet met het doel om af te vallen is wel een specifieke risicofactor,[14] maar het grootste deel van de lijners krijgt geen eetstoornis.[15]
- Medische aandoeningen vergroten de kans op boulimia nervosa niet.
Omgevingsfactoren
- Beweerd wordt dat boulimia nervosa vaker optreedt bij mensen in hogere sociaal-economische klassen. Dit is niet bewezen.[16]
- Sommige gezinsfactoren, zoals hoge verwachtingen en problemen van de ouders, verhogen de kans op boulimia nervosa bij de kinderen.[14] Men neemt overigens aan dat conflicten in deze gezinnen niet de oorzaak maar vooral een gevolg zijn van de eetstoornis.
- Boulimia nervosa komt in verstedelijkte gebieden meer dan vijf keer zo vaak voor als op het platteland.[17]
Levensgebeurtenissen
- Negatieve jeugdervaringen zoals mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik vergroten de kans op boulimia nervosa nauwelijks. Ook hebben ze bijna geen invloed op de ernst van de eetstoornis. Wel versterken ze het risico van bijkomende psychische stoornissen.[18-20]