Mijn Trimbos Wat is Mijn Trimbos?

   

Theorieen over autisme

Er zijn psychologische theorieën bedacht, om het gedrag van kinderen met autismespectrum stoornissen beter te begrijpen.

Er zijn op dit moment 3 theorieën toonaangevend:[16;34;42]

Deze theorieën hebben geleid tot veel onderzoek en ook tot veel kennis over het ontstaan van autisme. Geen van deze theorieën biedt echter de volledige verklaring voor het ontstaan van autismespectrum stoornissen.[34,42]

Theorie van het inlevingsvermogen (Theory of Mind; ToM)

Volgens de ToM[43] kunnen kinderen met autismespectrumstoornissen zich niet voorstellen dat een ander andere gedachten, gevoelens en intenties heeft dan zij. Anders gezegd: ze kunnen zich onvoldoende inleven in een ander, zoals gezonde kinderen dat kunnen rond hun 4e jaar.

Er is wel enige kritiek mogelijk op deze theorie: 

  • De theorie verklaart maar een deel van het autistische gedrag. Ook bij kinderen van 2 jaar is de diagnose autismespectrum stoornissen al te stellen, terwijl ze op dat moment wat betreft inlevingsvermogen niet verschillen van hun leeftijdsgenootjes. [14]

Een gebrek aan inlevingsvermogen is niet specifiek voor kinderen met autismespectrumstoornissen.

Executieve functietheorie

Volgens deze theorie [48] zijn kinderen met autismespectrumstoornissen niet in staat te plannen en te organiseren. Ook vinden ze het moeilijk om van de ene situatie over te schakelen naar de volgende. Ze zijn niet flexibel in denken en handelen: ze zijn star en rigide.

Er is ook wel enige kritiek mogelijk op deze theorie. Het onvermogen te plannen en te organiseren vinden we ook bij kinderen met ADHD of gedragsstoornissen. [49]

Centrale coherentietheorie

Volgens deze theorie zijn mensen met autismespectrumstoornissen niet goed in staat om losse prikkels samen te voegen tot een betekenisvol geheel.[17] Ze zien en horen de wereld om hen heen in losse fragmenten.

Noodgedwongen concentreren ze zich op details en hebben daardoor geen oog voor de bredere context, waardoor ze bijvoorbeeld opmerkingen van anderen (te) letterlijk nemen. Dit bemoeilijkt de communicatie. Hoewel de centrale coherentietheorie inmiddels zijn nut heeft bewezen in de behandeling, zijn er enkele kanttekeningen bij te plaatsen: 

  • Het is nog onduidelijk of de fragmentarische waarneming het gevolg is van een specifiek defect in de hersenen, of dat het meer een stijl van waarnemen betreft.
  • De mate van coherentie hangt vrijwel niet samen met de ernst van de autistische symptomen. [50;51] 
  • Zwakke centrale coherentie en gebrekkige schakelvaardigheden (moeite met de overgang tussen sociale situaties) komen vaak onafhankelijk van elkaar voor.[50]

Deze problemen met het plaatsen van prikkels in hun context zijn niet specifiek voor mensen met autismespectrum stoornissen.[14]

laatst bijgewerkt: 20-05-2010