In de klinische praktijk speelt de onderverdeling in diagnoses binnen het autismespectrum vrijwel geen rol bij het nemen van beslissingen over de behandeling. Daarvoor zijn 3 andere criteria beter geschikt:[31;38;64]
- Het cognitief functioneren
- Het taalvermogen
- Het gedrag (bijvoorbeeld storend stereotiep of agressief gedrag en automutilatie).
Deze aspecten - die slechts zijdelings samenhangen met de indeling in diagnoses - zijn vooral bepalend voor de geschiktheid van psychologische én farmacologische interventies. Samenvattend:
- Er bestaat geen behandeling - noch met middelen noch met psychologische methoden - waarmee autismespectrum stoornissen kunnen worden genezen.[31;38;64]
- Behandelingen en vormen van begeleiding kunnen wel bepaalde symptomen en gevolgen van autismespectrum stoornissen verminderen.