De screening van stemmings- en gedragsproblematiek bij bewoners vindt in zeer beperkte mate plaats: in slechts 36,7% van de verpleeghuizen en in 23,2% van de verzorgingshuizen wordt gescreend op stemmings- en gedragsproblemen. Ook ontbreekt in veel gevallen kennis over beschikbare screeningsinstrumenten.
In het merendeel van de verzorgings- en verpleeghuizen zijn bewoners met verschillende typen dubbele problematiek aanwezig. Toch is er niet altijd een speciaal zorgaanbod voor deze complexe groepen bewoners beschikbaar. Dit geldt voor 13,4% tot 32,9% van de instellingen, afhankelijk van het type dubbele problematiek en de soort instelling.
Niet alle instellingen werken samen met een GGZ-instelling in de zorg voor bewoners met verschillende typen dubbele problematiek. Dit geldt voor 8,2% tot 50% van de instellingen, afhankelijk van het type dubbele problematiek en de soort instelling. Het is de vraag of hierdoor de kwaliteit van de zorg voldoende gegarandeerd is, omdat het aantal in de psychiatrie geschoolde experts en de aanstellingsomvang van deze experts in de V&V sector zeer beperkt is.
Samenwerking met GGZ-instellingen bestaat vooral uit consultatie wat betreft specifieke bewoners en vindt plaats in 91,7% van de verzorgingshuizen en in 97,1% van de verpleeghuizen. Daarnaast vindt samenwerking plaats door verwijzing van bewoners, deskundigheidsbevordering en algemeen overleg. Hoewel men hier in het algemeen tevreden mee is, geeft men ook aan dat de samenwerking tussen beide sectoren geïntensiveerd en verbeterd kan worden.
Bron: Monitor Geestelijke Gezondheidszorg Ouderen, Trimbos-instituut. 2006.