Hier vindt u samenvattende informatie over zorggebruik en toegang.
Belangrijkste ontwikkelingen
Het Stepped care-principe leidt nog niet tot afname van groei in de GGZ. Het aantal cliënten van de GGZ groeit onverminderd. Toegankelijkheid van de zorg voor mensen met psychische problemen is redelijk goed. Er zijn nog steeds groepen met psychische stoornis(sen) die relatief weinig in zorg zijn: mensen met twee of meer psychische stoornissen, mensen met een stemmingsstoornis, mensen met een bipolaire stoornis.
Zorggebruik 1e en 2e lijn
Algemeen
Mensen met stemmingsklachten, gedragsklachten, angst- en spanningsklachten, fobische klachten of dwangklachten krijgen veelal hulp in de GGZ.
Meest gestelde diagnoses bij binnenkomst zijn stemmingsstoornis, angst-, stressgebonden stoornis en overige neurotische stoornis. De meeste cliënten krijgen hiervoor ambulante hulp. Dit beeld is de afgelopen jaren constant.
Mensen met psychotische stoornissen worden verhoudingsgewijs vaker klinisch behandeld dan mensen met een angst- of stressgebonden stoornis, een stemmingsstoornis of andere neurotische stoornissen.
1e lijn
Bij psychische en sociale diagnosen in de huisartsenpraktijk gaat het vooral om mensen die last hebben van depressieve gevoelens, slapeloosheid of een angstig, nerveus of gespannen gevoel. Antidepressiva zijn de meest voorgeschreven psychofarmaca door huisartsen. Het aantal psychofarmaca dat zij voorschrijven, daalt de laatste jaren.
In de eerstelijns GGZ (eerstelijnspsychologen, AMW) komen vooral mensen met de wat lichtere klachten terecht. Eerstelijnspsychologen hebben de afgelopen jaren veelal te maken met depressieve klachten, werk- en studieproblemen, burn-out of overspannenheid, identiteitsproblemen, trauma/rouw/scheiding.
Het aandeel cliënten met relationele problemen stijgt licht, het aandeel cliënten met psychische problemen daalt licht. De afgelopen jaren komen mensen vooral bij het AMW als ze last hebben van relationele problemen, materiële problemen of psychische problemen.

2e lijn
De meest voorkomende klachten waarmee mensen zich melden bij de tweedelijns GGZ zijn (peildatum 2005):
- Stemmingsklachten (32%)
- Gedragsklachten (16%)
- Angst- en spanningsklachten, fobische klachten, dwangklachten (15%)
De meest gestelde diagnose bij aanmelding bij de tweedelijns GGZ:
- Stemmingsstoornis (25%)
- Angst-, stressgebonden stoornis (13%)
- Overige neurotische stoornis (12%)
- Psychotische stoornis (11%)
- Stoornis ontwikkeling/ gedrag (9%)
- Cognitieve/ organische stoornis (6%)
- Persoonlijkheids-, gedragsstoornis (5%)
- Stoornis door alcohol/drugs (5%)
- Overige stoornis (15%).
Het merendeel van de GGZ- cliënten ontvangt hiervoor echter ambulante hulp; dit beeld is de afgelopen jaren constant.
Toegang van de zorg
Tweederde van de mensen met een psychische stoornis krijgen geen professionele hulp. In de ons omringende landen ligt dit percentage iets hoger.
Onderbehandeling?
Lang niet iedereen met een psychische stoornis heeft behoefte aan zorg of heeft zorg nodig. Belangrijke factoren zijn de mate waarin mensen functionele beperkingen ervaren door hun stoornis of de mate waarin iemand een beroep kan doen op sociale steun en sociaal-economische hulpbronnen.
Zorg per stoornis
Internationaal gezien is in Nederland de toegang van de GGZ redelijk. Mensen met een stemmingsstoornis bijvoorbeeld krijgen in Nederland meer zorg dan in de ons omringende Europese landen. Hoe ernstiger, complexer of gevaarlijker de psychische symptomen zijn, hoe groter de kans dat iemand zorg ontvangt voor psychische problemen. Mensen met een stemmingsstoornis komen relatief vaak in zorg; bijna de helft komt op jaarbasis in contact met de huisarts.

Lage drempel
Ruim een kwart van de mensen met een subklinische depressie blijkt ooit GGZ-zorg te hebben gehad. Voor deze groep zou eerstelijnszorg mogelijk voldoende zijn. Verder zoekt 7,7% van de Nederlanders in een jaar tijd wel enige vorm van steun of hulp zonder dat ze een psychische stoornis hebben. Dit kan zijn bij een traditionele genezer, alternatieve therapeut, dominee, pastor, psychiater, psycholoog of huisarts voor emotionele of psychische problemen.
Geen zorg
Er zijn nog steeds mensen met psychische stoornissen die weinig zorg krijgen, terwijl ze die wel willen hebben. Dit zijn dan vaker vrouwen, mensen met twee of meer psychische problemen, mensen met een stemmingsstoornis, mensen met een stemmingsstoornis of een bipolaire stoornis. Sociale en culturele factoren, zoals terughoudendheid of schaamte spelen een rol. Maar ook onbekendheid of (vermeende) financiële drempels weerhoudt mensen ervan om hulp te zoeken. Ook denken mensen nogal eens: ‘Ik dacht dat de klachten vanzelf beter zouden worden’ en ‘Ik wilde het probleem zelf oplossen’.
Cliëntstromen GGZ. Omvang zorggebruik
De GGZ blijft onverminderd groeien. Alle vormen van zorg in de eerstelijns- en tweedelijns-GGZ groeien vanaf de jaren 90. De intensieve ambulante zorg groeit het sterkst, de klinische zorg het minst.
Vooral de tweedelijns-GGZ heeft moeite om met deze stijgende zorgvraag om te gaan: de omvang van de wachtlijsten en wachttijden neemt gestaag toe en in elke fase wachten cliënten langer dan de Treeknorm voorschrijft.
Stepped care
De instroom in de tweedelijns-GGZ moet beperkt worden: mensen met psychische problemen worden zoveel mogelijk in de eerstelijn behandeld; alleen ernstige gevallen worden doorverwezen naar de tweedelijn. Dit zogenoemde stepped care-principe heeft nog niet gezorgd voor een afname van het aantal doorverwijzingen van de huisarts naar de GGZ. Hij verwijst nog altijd meer mensen door naar de tweedelijns- dan naar de eerstelijns-GGZ.
In Nederland wordt vaker verwezen naar de GGZ dan in andere Europese landen
Er zijn diverse factoren van invloed op de verwijzing van huisartsen naar GGZ: betere herkenning van psychische stoornissen door huisartsen; verbeterde samenwerking van huisartsen met de gespecialiseerde GGZ; opvattingen over effectiviteit en nut van de GGZ.