Beleid voor geestelijke gezondheid(szorg) is liefst gebaseerd op feitelijke informatie. Het Trimbos-instituut stelt daarom tweejaarlijks de zogenoemde trendrapportages GGZ op. Deze monitoren de sector GGZ als geheel.
Hier vindt u samenvattende informatie over allochtonen:
Belangrijkste ontwikkelingen
Allochtonen rapporteren meer gezondheidsklachten en eenzaamheidsgevoelens dan autochtonen. Bepaalde groepen allochtonen zouden een grotere kans hebben op een psychische stoornis. Allochtonen vinden steeds beter de weg naar de GGZ. Met name Surinamers, Antillianen en vrouwelijke allochtonen zijn met een inhaalslag bezig.
Ervaren gezondheid en lichamelijke ziekten
Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen rapporteren meer gezondheidsklachten dan autochtonen. Zij voelen zich minder gezond dan autochtonen. In Flevoland, Utrecht en Rotterdam ervaart een groot deel van de Surinamers, Antillianen/Arubanen en Turken de eigen gezondheid als matig of slecht. In Flevoland en Rotterdam zou het met de ervaren gezondheid van de ondervraagde Marokkanen wat beter gesteld zijn vergeleken met andere allochtonen.
Vóórkomen psychische klachten onder allochtonen
Allochtonen rapporteren meer eenzaamheidsgevoelens dan autochtonen. In Utrecht en Rotterdam hebben Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen meer last van psychische klachten dan autochtonen. In Utrecht voelen allochtonen zich eenzamer, depressiever en overspannen dan autochtonen. In Flevoland verschillen Antillianen en Marokkaanse Nederlanders niet van autochtonen in eenzaamheidsgevoelens. Andere grote steden zijn niet onderzocht.
Meer kans op een stoornis
Er zijn in Nederland nauwelijks representatieve bevolkingsonderzoeken gedaan naar het vóórkomen van psychische stoornissen onder allochtonen. En het beschikbare bevolkingsonderzoek heeft de nodige beperkingen (lage respons, selectieve steekproef). Sommige etnische groepen zouden extra kwetsbaar zijn voor psychische stoornissen. Zo lijden Surinamers, Antillianen en Marokkanen vaker aan schizofrenie dan autochtonen en lijken Surinamers een verhoogd risico te hebben op een angststoornis.
Zorggebruik allochtonen
Allochtonen weten de weg naar de ambulante GGZ steeds beter weten te vinden. De onderconsumptie door Turken en Marokkanen lijkt voorbij. In de regio Rijnmond is het aantal Turkse GGZ-gebruikers zelfs hoger dan het aantal autochtone GGZ-cliënten per 1.000 inwoners. Dit geldt vooral voor jonge Turkse vrouwen. Vooral vrouwelijke allochtonen zijn met een inhaalslag bezig. De sterkste groei in de GGZ is in de regio Rijnmond zichtbaar bij allochtone groepen die binnen de GGZ relatief het kleinst in omvang zijn: Kaapverdianen, Antillianen en Surinamers.