Beleid voor geestelijke gezondheid(szorg) is liefst gebaseerd op feitelijke informatie. Het Trimbos-instituut stelt daarom tweejaarlijks de zogenoemde trendrapportages GGZ op. Deze monitoren de sector GGZ als geheel.
Aan de hand van prestatie-indicatoren wordt hier samenvattend een beeld gegeven van de veiligheid in de GGZ. Op basis van de beschikbare gegevens kan geen allesomvattende uitspraak gedaan kan worden over dé veiligheid van de geestelijke gezondheidszorg. Hier worden feiten en cijfers over 2 (van de in totaal 6) indicatoren gepresenteerd: onveiligheid door het ontbreken van informatie, en suïcide. Van de indicator dwang is informatie verzameld door literatuuronderzoek. Deze informatie correspondeerde echter niet 1-op-1 met de betreffende prestatie-indicator. Van de overige indicatoren bleek het (nog) niet mogelijk om landelijke gegevens te presenteren.
Belangrijkste ontwikkelingen
Het merendeel van de GGZ-instellingen registreert incidenten. Ambulante hulpverlening geeft lagere suïcidecijfers te zien dan klinische hulpverlening. Het aantal onvrijwillige opnemingen neemt toe.
Onveiligheid door ontbreken informatie
60% van de GGZ-instellingen registreert incidenten, ontstaan door het ontbreken van informatie. 56% van de geïntegreerde GGZ-instellingen registreert incidenten, ontstaan door het ontbreken van informatie. Het ministerie van VWS wil dat binnen 4 jaar alle GGZ-instellingen de methode Veilig Incidenten Melden gebruiken als deel van het veiligheidsmanagementsysteem. 40% van de instellingen moet dus nog stappen zetten.
Dwang
- Tussen 2000 en 2006 zijn er 27% meer onvrijwillige opnemingen. Onvrijwillige opnemingen met een rechterlijke machtiging (RM) nemen sneller toe dan opnemingen met een inbewaringstelling (IBS).
- Eenderde van het aantal inbewaringstellingen gebeurt in de provincies Zuid- en Noord-Holland. Dit komt mogelijk door de verhoogde kans op psychische problematiek van mensen in de grote steden. Of door verschillen in de organisatie van de zorg tussen provincies.
- Tussen 2002 en 2006 kreeg de inspectie 40.000 meldingen van dwangtoepassing. Dit is dwangbehandeling en middelen of maatregelen.
- Tussen 2002 en 2006 nam het aantal meldingen toe met 11%.
- In 2006 daalde het aantal meldingen met 9%. De stijging voor 2006 en de daling na 2006 heeft te maken met het aantal meldingen van middelen of maatregelen.
- De meest ingezette dwangtoepassing is separatie: 59%.Medicatie: 22,4%.
- Afzondering en fixatie: 9,5 respectievelijk 7,5%.
Suïcide
In de klinische hulpverlening overlijden jaarlijks gemiddeld 35 op de 10.000 cliënten door suïcide. In de ambulante zorg overlijden jaarlijks overlijden gemiddeld 7 op de 10.000 cliënten door suïcide. In de ambulante hulpverlening worden mildere gevallen behandeld. Dit verklaart het verschil met de klinische hulpverlening. Het beleidsadvies Verminderen van suïcidaliteit adviseert een landelijke (multidisciplinaire) richtlijn suïcide op te stellen voor de GGZ. GGZ-instellingen kunnen dan hun lokale richtlijnen voor suïcide, suïcidepogingen en suïcidepreventie aanpassen, de zorg verbeteren bij suïcidaliteit en het aantal suïcides terugdringen.
87% van de GGZ-instellingen heeft een protocol of richtlijn voor het handelen bij suïcide. Iets minder vaak hebben GGZ-instellingen vaak een protocol of richtlijn voor het handelen bij een suïcidepoging. 43% heeft een document voor suïcidepreventie. 79% van de instellingen gebruikt frequent protocollen en richtlijnen bij suïcide; 50% bij een suïcidepoging; 20% gebruikt frequent preventierichtlijnen.