Beleid voor geestelijke gezondheid(szorg) is liefst gebaseerd op feitelijke informatie. Het Trimbos-instituut stelt daarom tweejaarlijks de zogenoemde trendrapportages GGZ op. Deze monitoren de sector GGZ als geheel.
Hier vindt u een opsomming van de basisset van 28 prestatie-indicatoren, onderverdeeld in 3 thema's: effectiviteit, veiligheid en cliëntgerichtheid.
Deze indicatoren zijn gebruikt om voor het eerst in Nederland een beeld te kunnen schetsen van de kwaliteit van de GGZ.
Meten met prestatie-indicatoren
Elke (zorg)instelling moet een Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording (JMV) maken. Dit is verplicht vanaf verslagjaar 2007. 17 van de 28 indicatoren zijn voldoende ontwikkeld of leverbaar om verslag over te kunnen doen. De set wordt de komende jaren verder geconcretiseerd.
Het Trimbos-instituut heeft in 2006 op basis van JMV's van instellingen gegevens op landelijk niveau gepresenteerd over effectiviteit, veiligheid en cliëntgerichtheid.
Hierbij bleek overigens dat nog niet van alle indicatoren betrouwbare gegevens te produceren waren.
1 Effectiviteit
- 1.1 Bereik preventieactiviteiten
- 1.2 Verandering ernst problematiek
- 1.3 Verandering dagelijks functioneren van de cliënt
- 1.4 Verandering ervaren kwaliteit van leven van cliënt
- 1.5 Rehabilitatie
- 1.6 Heropname versus duur opname
- 1.7 Drop-out
- 1.8 Somatische screening
- 1.9 Hanteren behandelrichtlijnen
- 1.10 Bemoeizorg: bereik zorgwekkende zorgmijders
- 1.11 Continuïteit bij verandering zorgsoort: tijdig contact na ontslag uit kliniek.
2 Veiligheid
- 2.1 Risicovolle interactie tussen medicijnen
- 2.2 Informatie over bijwerkingen van medicijnen
- 2.3 Onveiligheid door ontbreken van informatie
- 2.4 Dwang
- 2.5 Percentage suïcides, gerelateerd aan instellingsgrootte
- 2.6 Incidenten cliëntenzorg.
3 Cliëntgerichtheid
- 3.1 Wachttijd tot start behandeling
- 3.2 Toegang tot zorg
- 3.3 Informed consent
- 3.4 Keuzevrijheid
- 3.5 Vervulling zorgwensen
- 3.6 Evaluatie van begeleidings- en behandelplannen
- 3.7 Continuïteit van zorg: goede samenwerking en afstemming met ketenpartners
- 3.8 Dagbesteding en arbeid: cliëntparticipatie aan dag- of werkactiviteiten
- 3.9 Woon- en leefomstandigheden: cliëntoordeel over woon- en leefomstandigheden in een klinische setting of RIBW
- 3.10 Adequate bejegening door hulpverleners
- 3.11 Adequate informatieverstrekking door hulpverleners.