Beleid voor geestelijke gezondheid(szorg) is liefst gebaseerd op feitelijke informatie. Het Trimbos-instituut stelt daarom tweejaarlijks de zogenoemde trendrapportages GGZ op. Deze monitoren de sector GGZ als geheel.
Aan de hand van prestatie-indicatoren wordt hier samenvattend een beeld gegeven van de cliëntgerichtheid in de GGZ. Op basis van de hier gepresenteerde cijfers kan geen allesomvattende uitspraak gedaan worden over dé cliëntgerichtheid in de geestelijke gezondheidszorg.
Hier vindt u feiten en cijfers over 10 van de in totaal 11 prestatie-indicatoren over cliëntgerichtheid.
Belangrijkste ontwikkelingen
De meerderheid van de cliënten voelt zich betrokken bij opstelling van een behandelplan. De meerderheid van cliënten is tevreden over de hulpverlener. Huisvesting en dagbesteding behoeven verbetering.
Informed consent
- De meerderheid van de GGZ-cliënten voelt zich betrokken bij de besluitvorming over behandeling of begeleiding.
- Driekwart van de cliënten geeft (vastgelegde) toestemming voor het behandel- of begeleidingsplan.
- Driekwart van de cliënten kan meebeslissen over de vorm van de behandeling of begeleiding en over de eigen behandelaar.
Keuzevrijheid
Een ruime meerderheid van de cliënten voelt zich adequaat bejegend door de hulpverlener. Cliënten vinden dus dat zij met voldoende respect behandeld werden én dat de hulpverlener voldoende geïnteresseerd was in de cliënt en zijn mening. Ruim 70% van de cliënten vindt dat ze voldoende informatie krijgen over de behandel- en begeleidingsmogelijkheden, over de aanpak van de behandeling of begeleiding, en over het te verwachten resultaat. De positieve waardering van de bejegening en de ruime mate waarin de cliënt zich geïnformeerd voelt, zijn aanwijzingen dat cliënten vertrouwen hebben in zijn behandeling of begeleiding.
Vervulling van zorgwensen
- 74% van de Nederlandse cliënten stelt dat het behandel- of begeleidingsplan naar wens is uitgevoerd.
- 74% van de Nederlandse cliënten vindt de behandeling of begeleiding de juiste aanpak.
- 67% de buitenlandse cliënten vindt dat het behandel- of begeleidingsplan naar wens is uitgevoerd.
- 68% van de buitenlandse cliënten vindt de behandeling of begeleiding de juiste aanpak.
Evaluatie begeleidings- en behandelplannen
- In RIBW’s worden begeleidingsplannen 1 à 2 keer per jaar geëvalueerd.
- Over het gebruik en de evaluatie van behandel- en begeleidingsplannen in andere GGZ-instellingen dan RIBW’s zijn nog geen cijfers. Een landelijk beeld is dus niet te presenteren.
Dagbesteding en arbeid
- Cliënten nemen in 2006 gemiddeld 3 tot 4 dagdelen per week deel aan werkprojecten. Eén van de verklaringen voor dit relatief kleine aantal dagdelen is dat cliënten vaak nog een balans moeten vinden in hun dagelijks leven: ze wonen zelfstandig, moeten een werkritme opbouwen en vasthouden, en zijn vaak verminderd belastbaar door hun psychische problematiek.
- De arbeidsmatige dagbesteding loopt uiteen van houtbewerking, industrieel werk, creatieve productiegroepen, groenonderhoud, postbezorging tot horeca-activiteiten en activiteiten in een zorghotel.
- 29% van de GGZ-cliënten vindt dat het activiteitenaanbod volledig aansluit bij hun behoeften.
- 70% vindt dat dit gedeeltelijk het geval is. Hier zijn de volgende redenen te noemen: cliënten hebben niet altijd haalbare ambities; onvoldoende financiële middelen; verscheidenheid in opleidingsniveaus maakt het lastig om voldoende differentiatie aan te bieden.
- In 2001 zijn er in 6 onderzochte algemeen psychiatrisch ziekenhuizen tekortkomingen in de dagactiviteiten. De meeste tijd wordt besteed aan luieren, ongedefinieerde activiteiten, ontspanning op de afdeling en eten en drinken op de afdeling. Gemiddeld worden 50 minuten per dag besteed aan dagactiviteiten, terwijl de standaard uitgaat van 5 tot 10 uur per week.
- In 2005 brengen cliënten nog steeds de meeste tijd door met rusten, slapen en alledaagse bezigheden. Gemiddeld worden 47 minuten per dag besteed aan arbeidsmatige dagbesteding.
- Het merendeel van zelfstandig wonende chronisch psychiatrische cliënten zit zonder enige dagbesteding thuis. 12% heeft betaald werk en 9% neemt deel aan dagbesteding. Dagactiviteitencentra worden door de doelgroep zeer weinig bezocht: slechts 1 op de 10 cliënten gaat er wel eens heen.
Woon- en leefomstandigheden
Huisvesting
- In 2004 voldoet 45% van de huisvesting van in psychiatrische instellingen verblijvende GGZ-cliënten niet aan de functionele eisen.
- 18% van de cliënten verblijft in 2004 in gebouwen die op meerdere aspecten niet aan de eisen voldoen.
- In 2006 was er nog altijd een lange weg te gaan, voordat de huisvestingssituatie van residentiële cliënten voldoet aan de kwaliteitscriteria.
Dagbesteding
- De dagbesteding van GGZ-cliënten kan nog verbeterd. In 2006 nemen GGZ-cliënten gemiddeld 3 tot 4 dagdelen per week deel aan werkprojecten. Om te voldoen aan de standaard, moet er meer aandacht komen voor een zinvolle dagbesteding van GGZ-cliënten.
Adequate bejegening door hulpverleners
Gemiddeld
- 89% van de GGZ-cliënten vindt dat ze met voldoende respect door de hulpverlener behandeld worden.
- 5% van de cliënten vindt dat de hulpverlener niet voldoende respect toont.
- Nederlandse cliënten vinden nauwelijks vaker dan buitenlandse cliënten dat de hulpverlener voldoende respect toont; respectievelijk 91 en 88%.
Ambulant
- In de ambulante zorgverlening of zorg-op-maat vinden de meeste cliënten dat ze met voldoende respect door de hulpverlener behandeld worden.
Klinisch
- 83% van de cliënten in langdurende klinische zorg vindt dat ze met voldoende respect behandeld worden.
- 9% voelt zich onvoldoende gerespecteerd door de hulpverlener.
Adequate informatieverstrekking
- 70% van de cliënten vindt in 2006 dat ze adequaat geïnformeerd worden door hulpverleners.
- Driekwart van de GGZ-cliënten vindt dat ze voldoende informatie hebben gekregen over de behandel- en begeleidingsmogelijkheden van de instelling.
- 18% van de cliënten vindt dat ze onvoldoende informatie over de mogelijkheden hebben gehad.
Informatie over resultaat
- 64% van de cliënten vindt dat ze voldoende informatie kregen over het te verwachten resultaat.
- 26% vindt dat zij niet voldoende waren geïnformeerd.