Het Nederlandse zorgstelsel bestaat in hoofdlijnen uit drie segmenten:
- De Zorgverzekeringswet (ZVW) voor reguliere gezondheidszorg
- De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) voor langdurige, grotendeels intramurale zorg aan ouderen en (psychisch) gehandicapten
- De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) voor een breed palet aan maatschappelijke voorzieningen voor kwetsbare burgers
De GGZ is vertegenwoordigd in elk van deze drie segmenten. Het grootste deel van de GGZ maakt sinds 2008 onderdeel uit van de ZVW.
Trends:
In de afgelopen jaren hebben zich belangrijke veranderingen voorgedaan in het zorgstelsel. De belangrijkste zijn:
- De invoering van de zorgverzekeringswet in 2006. Belangrijke motieven voor de invoering van de ZVW zijn: één basisverzekering voor iedereen en de introductie van marktwerking in de gezondheidszorg.
- De invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in 2007. Belangrijke motieven voor de invoering van de WMO zijn: budgettering en het onder één kader brengen van gemeentelijke voorzieningen voor kwetsbare burgers.
- Overheveling van onderdelen van de AWBZ naar de ZVW en de WMO.
Tot de onderdelen van de AWBZ die werden overgeheveld behoren grote delen van de GGZ:
- In 2007 werden budgetten voor preventie en dienstverlening, oggz en enkele subsidieregelingen voor zorgvernieuwing overgeheveld naar de WMO. In totaal circa 2% van het totale GGZ-budget.
- In 2008 werden budgetten voor 'geneeskundige' GGZ overgeheveld naar de ZVW. In totaal bijna driekwart van het GGZ-budget.
Motieven voor overheveling van de GGZ:
- Naar de WMO: budgettering en aansluiting bij gemeentelijke voorzieningen.
- Naar de ZVW: aansluiting bij de somatische gezondheidszorg en invoering van marktwerking in de GGZ.