De aantoonbaarheid van DXM in de urine verschilt van mens tot mens.
De aantoonbaarheid van een middel in bijvoorbeeld bloed of urine hangt af van een aantal factoren, waaronder de duur, frequentie en gebruikte hoeveelheid van het middel, het metabolisme van de persoon in kwestie (de snelheid waarmee de afbraakstoffen van een middel worden afgebroken door met name de lever). Hoe vaker, meer en hoe langer men gebruikt, des te langer is een middel aantoonbaar. Drugs zijn langer aantoonbaar in urine dan in bloed.
Van DXM is de halfwaardetijd (de tijd waarna nog de helft van een bepaalde stof in het lichaam aanwezig is) 2 tot 4 uur, maar kan bij mensen met een langzame stofwisseling oplopen tot wel 45 uur.