Verkoopregels
In (web)winkels en smartshops mogen geen stoffen verkocht worden die onder de Opiumwet, Geneesmiddelenwet of Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën vallen. De producten die wel verkocht mogen worden moeten voldoen aan de eisen van de Warenwet. De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) ziet toe op de naleving hiervan.
Warenwet
De Warenwet stelt gezondheids- en kwaliteitseisen aan alle producten die op de markt worden gebracht. Dus ook aan smart- en ecoproducten die bijvoorbeeld in smartshops en drogisterijen worden verkocht. Tenminste, als geen van de hiervoor genoemde wetten van toepassing is.
Veranderende wetgeving
De overheid probeert de handhaving van wetten zo goed mogelijk af te stemmen op actuele ontwikkelingen in de samenleving. Smartproducts en ecodrugs bevatten soms stoffen waarvan nog niet precies bekend is hoe ze werken en of ze riskant zijn. Zo kan het gebeuren dat een product dat eerst vrij verkrijgbaar was, onder strenger wettelijk toezicht wordt geplaatst of zelfs helemaal verboden wordt.
Ecodrugs onder opiumwet
Sinds de opkomst van smartshops in de jaren negentig heeft de overheid meerdere ecodrugs onder de Opiumwet geplaatst die voorheen in smartshops verkocht werden. Bekendste voorbeeld hiervan is paddo’s (2008).
Smartproducts onder opiumwet
Smartshops verkochten in het verleden regelmatig synthetische smartproducts die niet op de Opiumwet stonden of staan. Sommige daarvan kwamen later alsnog onder de Opiumwet, zoals GHB (2002).
Geneesmiddelenwet
Veel synthetische smartproducts met een bewustzijnsveranderende werking vallen automatisch onder de Geneesmiddelenwet. Voor zulke middelen is nooit een registratieprocedure doorlopen. Daarom is de verkoop verboden.