Afgelopen maanden is in de media aandacht besteedt aan met miltvuur (anthrax) besmette heroïne. In Schotland en in het Duitse Aken zijn heroïnegebruikers overleden aan de gevolgen van miltvuur infectie.
In Nederland is het DIMS (Drugs Informatie en Monitoring Systeem) van het Trimbos-instituut alert op deze vorm van besmetting bij heroïnegebruikers maar er is geen reden om alarm te slaan.
Wel heeft het DIMS eind vorig jaar alle instellingen voor verslavingszorg verzocht alert te zijn op verdachte infecties bij heroïnegebruikers. Dit verzoek werd gedaan in overleg met het ministerie van VWS, de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) en het Landelijk Centrum Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM. In Limburg werden GGD'en op de hoogte gesteld.
Hoewel niet is aangetoond dat de heroïne waar de gebruikers aan zijn overleden besmet was met miltvuur, is toch door buitenlandse onderzoekers het vermoeden uitsproken dat besmette heroïne de oorzaak was van de infecties.
In Nederland zijn geen besmettingen geconstateerd. In Duitsland is het bij één geval gebleven. De oproep aan de instellingen voor verslavingszorg is door het DIMS daarom weer ingetrokken.
Dit betekent niet dat er geen risico is op infecties door miltvuur bij heroïnegebruikers. De miltvuurbacterie komt voor in de grond en bij dieren in gebieden waar opium en heroïne wordt geproduceerd. Het is altijd mogelijk dat opium, heroïne of toegevoegde stoffen in aanraking zijn geweest met geïnfecteerde dieren.
De bacterie kan heel lang overleven en kan ook zitten in de botten van geïnfecteerde dieren. Een oorzaak van de infectie kan zijn het gebruik van besmet beenderenmeel als versnijdingsmiddel in heroïne.
Meer informatie: Peter van Dijk