Mijn Trimbos Wat is Mijn Trimbos?

Reactie Trimbos-instituut op het Annual Report 2011 van het EMCDDA

15 november 2011

iStock_000000328939XSmallVandaag verscheen het Annual Report 2011 van het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA). Het bevat een overzicht van de stand van zaken van de drugsproblematiek in Europa.

Margriet van Laar, hoofd van het programma Drug Monitoring van het Trimbos-instituut, geeft in onderstaande reactie aan wat de cijfers van het Annual Report betekenen voor de situatie in Nederland.

Cocaïne: tanende populariteit?
Het EMCDDA vraagt zich in haar Jaarverslag 2011 af of aan de jarenlange groei in populariteit van cocaïne een einde is gekomen. Dit zou blijken in een daling van het percentage gebruikers in sommige landen, zoals Denemarken, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk. In Nederland lag het percentage recente cocaïnegebruikers in de bevolking van 15 tot en met 34 jaar in 2009 op 2,4%. Dat verschilt weinig van het Europese gemiddelde van 2,1%. (In het EMCDDA Jaarverslag 2011 staan voor Nederland nog de oude cijfers vermeld uit 2005).

Vanwege het gebrek aan vergelijkbare cijfers uit eerdere jaren kunnen we echter niet zeggen of hier ook sprake is van een daling. In het uitgaansleven staat cocaïne (na cannabis en ecstasy) nog steeds op nummer drie van de meest gebruikte illegale drugs. Het middel is in vergelijking met ecstasy of amfetamine relatief duur. Consumenten in Nederland betalen doorgaans tussen 40 en 60 euro per gram. Het EMCDDA suggereert dat deze hoge prijs in tijden van economische recessie wellicht een dempend effect heeft op het gebruik, maar daar zijn vooralsnog geen sterke aanwijzingen voor.

Na een jarenlange forse stijging van het aantal cocaïnegebruikers dat aanklopt bij de Nederlandse verslavingszorg, is er sinds 2007 een dalende trend waarneembaar. Dit zou kunnen wijzen op een afname in het problematisch gebruik, maar cijfers over het landelijk aantal probleemgebruikers van cocaïne ontbreken. Het aandeel cocaïnecliënten van alle drugscliënten blijft echter in Nederland, na Spanje, het hoogst (31% in 2009; 26% in 2010; ter vergelijking: 17% voor Europees gemiddelde). Een kwart van hen had ook problemen met alcohol.

En het aantal ziekenhuisopnames met cocaïnemisbruik of -afhankelijkheid als nevendiagnose bleef in de afgelopen jaren gering, maar vertoont een stijgende lijn (637 in 2009, 756 in 2010). Bij een op vijf van deze gevallen was de hoofdreden voor opname een ziekte of symptoom van de ademhalingswegen, zoals kan optreden bij het chronisch inhaleren van crack cocaïne, de rookbare vorm van cocaïne, die vaak wordt geconsumeerd door harddrugsverslaafden.

In Nederland is het aantal mensen dat overlijdt door een 'overdosis' cocaïne relatief beperkt: 30 van de 139 gevallen van een drugsoverdosis in 2009, en 14 van de 94 in 2010. Wel moet worden aangetekend dat dit aantal een onderschatting kan zijn van het daadwerkelijke aantal sterfgevallen door cocaïne. Chronisch cocaïnegebruik kan hart- en vaatziekten en neurologische aandoeningen veroorzaken, waarbij het gebruik van deze drug als (mede)doodsoorzaak vaak onopgemerkt blijft.

Cannabis
Onderzoeken onder jongeren en jongvolwassenen laten op Europees niveau een daling zien van het aantal cannabisgebruikers, al blijft cannabis de meest populaire illegale drug. In Nederland zien we deze trend eveneens onder schoolgaande jongeren. Deze daling loopt parallel met de daling in het percentage rokers, maar onbekend is of (en hoe) deze twee ontwikkelingen verband houden met elkaar.

Er zijn geen trendcijfers voor de algemene bevolking. In 2009 valt het recente cannabisgebruik onder 15-34-jarigen (14%) in Nederland iets boven het Europese gemiddelde (12%), met de hoogste percentages gerapporteerd voor Tsjechië (22%), Spanje (19%), Italië (20%) en Frankrijk (17%).

Verschillen tussen landen zijn lastig te verklaren. Er lijkt in elk geval geen verband te bestaan tussen de wetgeving en de omvang van het cannabisgebruik, zoals ook in eerder onderzoek is aangetoond. In landen waar de wetgeving ten aanzien van het bezit van cannabis strenger werd (hogere straffen) nam het gebruik niet consistent af, en omgekeerd was het niet zo dat lagere straffen leiden tot een toename in het gebruik. Nadeel is dat alleen naar de wetgeving is gekeken, niet naar wat er in de praktijk mee werd gedaan, bijvoorbeeld de inspanningen van politie en justitie en een toe- of afname van het aantal mensen dat vanwege bezit van cannabis werd gearresteerd.


Synthetische drugs
Het EMCDDA wijst op een 'kat en muis spel' tussen drugsproducenten en de wetgeving die bestemd is om oneigenlijk gebruik van grondstoffen of chemicaliën tegen te gaan. Zo daalde het gehalte MDMA in ecstasypillen in 2008 en 2009 door een schaarste in de grondstof PMK, maar lijkt de 'ecstasymarkt' inmiddels weer aan te trekken. Vermoedelijk zijn drugsproducenten overgestapt op het gebruik van andere stoffen (zoals safrol) die als uitgangsmateriaal worden gebruikt voor de productie van MDMA. 

Deze trends op de ecstasymarkt deden zich heel duidelijk voor in Nederland, waar een jarenlange traditie is van systematisch monitoren van de drugsmarkten op basis van monsters die drugsgebruikers via instellingen voor de verslavingszorg laten testen. Bedroeg het gehalte van MDMA in een ecstasypil in 2009 gemiddeld 66 mg, in 2010 was dat gestegen naar 90 mg, en in de beginmaanden van 2011 zijn gemiddelden van ruim 110 mg waargenomen.

Soms worden in ecstasypillen potentieel schadelijke stoffen aangetoond, zoals PMMA en PMA. Deze stoffen zijn in 2010 en 2011 in verband gebracht met een aantal dodelijk incidenten, al kan het gebruik van andere middelen ook hebben bijgedragen aan de doodsoorzaak.

Het EMCDDA rapporteert verder een recordaantal (41) nieuwe drugs, die in 2010 door de lidstaten in het kader van het Europese Early Warning System (EWS) zijn gemeld. Een groot deel van deze drugs lijkt te worden ontwikkeld om de bestaande drugswetgeving te omzeilen, zogenaamde designerdrugs (ook wel ‘legal highs’ of ‘research chemicals’ genoemd).

Ook bij testservices in Nederland worden dergelijke middelen af en toe aangeboden voor analyse. Vooralsnog lijkt de omvang van het gebruik relatief laag te zijn, zeker ten opzichte van bijvoorbeeld Engeland waar nieuwe designerdrugs voor veel problemen zorgen. Voor zover nu kan worden in geschat, heeft alleen een hele kleine groep experimentele gebruikers ('psychonauten') belangstelling voor dergelijke middelen. Er zijn weinig tot geen signalen dat de nieuwe designer drugs wijd verbreid zijn in het ‘reguliere circuit’.

Heroïne
Het EMCDDA signaleert een dalende trend in het injecteren van drugs onder opiaatgebruikers. In Nederland is het percentage opiaatgebruikers bij de verslavingszorg dat injecteert het laagst van Europa (6%), vermoedelijk een van de factoren die bijdragen aan het relatief lage aantal (fatale) overdoseringen en nieuwe besmettingen met infectieziekten, zoals hiv en hepatitis.

Naast deze gunstige trend wijst het EMCDDA op een verandering in de opiaatproblematiek: de groep opiaatgebruikers wordt gemiddeld ouder (met bijkomende gezondheidsproblematiek) en er is sprake van een zorgelijke toename van het illegaal gebruik van synthetische opiaten, zoals fentanyl en codeïne, die een medische toepassing kennen als pijnstiller.

In Nederland is de veroudering van de groep heroïnegebruikers al jaren een feit. In 2010 was 75% ouder dan 39 jaar (vgl. 48% in 2002). De aanwas van nieuwe jonge heroïnegebruikers is gering. Ongeveer 80% van de opiaatcliënten staat ook ingeschreven bij een methadonprogramma (SIVZ, Kerncijfers 2010). Er zijn geen aanwijzingen voor illegaal gebruik van andere synthetische opiaten. Een kleine groep heroïneverslaafden, bij wie andere behandelingen niet werken, krijgt op medische indicatie heroïne verstrekt. In 2011 waren er 740 behandelplaatsen in 16 gemeenten.

Bronnen
European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (2011). Annual report 2011: the state of the drugs problem in Europe. Lisbon: EMCDDA.

Van Laar, M., Cruts, G., Van Gageldonk, A., Van Ooyen-Houben, M., Croes, E., Meijer, R. et al. (2011). The Netherlands drug situation 2010: report to the EMCDDA by the Reitox National Focal Point. Utrecht: Trimbos Institute, Netherlands Institute of Mental Health and Addiction.

Van Laar, M.W., Cruts, A.A.N., Van Ooyen-Houben, M.M.J., Meijer, R.F., Croes E.A., Brunt, T., Ketelaars, A.P.M. (2011). Nationale Drug Monitor 2010. Utrecht: Trimbos-instituut.

Producten in de Webwinkel

Reageer

laatst bijgewerkt: 15-11-2011

MGv

MGvMaandblad Geestelijke volksgezondheid. Lees meer.

Nieuwsbrieven

jongen_vergrootglasMeld u aan voor één van onze nieuwsbrieven.Aanmelden